Bijzondere verrichtingen

Tijdens het praktijkexamen worden 2 bijzondere verrichtingen door de examinator gevraagd. Het is de bedoeling dat je zelfstandig een keuze maakt waar en op welke manier je de bijzondere verrichting gaat uitvoeren.

De bijzondere verrichtingen worden gekoppeld aan een opdracht die de examinator je geeft. De uitvoering van de opdracht(en) moet vloeiend en op veilige wijze uitgevoerd worden.

De omkeeropdracht

Wat houdt de omkeeropdracht in?
Je krijgt, al rijdende in een straat, van de examinator te horen dat je de omkeeropdracht moet uitvoeren (de weg in tegenovergestelde richting moet gaan vervolgen). Vervolgens zoek je zelf een veilige, vlotte en milieuvriendelijke mogelijkheid in die straat om de opdracht uit te voeren.

Voor de uitvoering maak je een keuze uit de ter beschikking staande bijzondere verrichtingen, zoals: keren door middel van steken, een halve draai, keren door via een bocht achteruit een zijstraat of een inrit in te rijden, of zelfs keren door te parkeren in een parkeervak (voorwaarts of achterwaarts).

drie keer steken
Keren met U-bocht
Bocht achteruit

De parkeeropdracht

Wat houdt de parkeeropdracht in?
Je krijgt, al rijdende in een straat te horen dat je de parkeeropdracht moet uitvoeren (de auto parkeren in een straat of parkeren op een parkeerplaats).

De examinator geeft je de opdracht om zelf een geschikte plaats te zoeken om de auto te parkeren. Bij parkeren op een parkeerplaats geeft de examinator je de opdracht om de auto in de buurt van een opgegeven locatie te parkeren. Bijvoorbeeld: “Het is de bedoeling dat je de auto op deze parkeerplaats in de buurt van de ingang van de supermarkt (of iets dergelijks) parkeert”.

In beide gevallen maak jij zelf weer de keuze hoe je dat gaat doen. Bijvoorbeeld: parkeren in een parkeervak (voorwaarts of achterwaarts) of parkeren in file (voorwaarts of achterwaarts). Dit alles kan zowel links als rechts van de rijbaan plaatsvinden.

Vooruit parkeren
Achteruit fileparkeren

De stopopdracht

Wat houdt de stopopdracht in?
Je krijgt, al rijdende in een straat, te horen van de examinator dat je de stopopdracht moet uitvoeren (de auto tot stilstand brengen achter een geparkeerde auto).

Bij de uitvoering van de stopopdracht is het de bedoeling dat je de auto zo kort mogelijk achter een geparkeerde auto tot stilstand brengt om daarna aansluitend, vooruit rijdend weer aan het verkeer te gaan deelnemen.

Stoppen kan zowel aan de rechter- als aan de linkerzijde van de rijbaan. De keuze hiervoor mag je zelf maken.

Stopopdracht
Vooruit parkeren

Voorwaarden bij de toepassing van bijzondere verrichting

De opdracht wordt gegeven in de straat waar je op dat moment rijdt, waar meerdere mogelijkheden zijn om de bijzondere verrichting uit te kunnen voeren en waar op dat moment de verkeersdrukte niet extreem is. In principe wordt de opdracht in de bebouwde kom uitgevoerd.

De keuze van de manier waarop een opdracht met de bijbehorende bijzondere verrichtingen wordt uitgevoerd wordt aan jou over gelaten. Ook de plek in de straat waar je de opdracht uit moet voeren wordt aan jou overgelaten.

Voor alle bijzondere verrrichtingen geldt

Wanneer je een bijzondere verrichting hebt uitgevoerd omdat je b.v. de route niet meer weet, verkeerd bent gereden of omdat het navigatiesysteem hiertoe opdracht geeft, kan dit door de examinator als bijzondere verrichting worden aangemerkt.

Het is mogelijk dat de examinator bij de tweede bijzondere verrichting aangeeft dat je zelf een oplossing moet kiezen waarbij bijvoorbeeld achteruit wordt gereden of een andere bijzondere verrichting.

Naast de twee bijzondere verrichtingen kan de examinator steekproefsgewijs de hellingproef als extra bijzondere verrichting laten uitvoeren. De hellingproef mag niet als vervanging voor één van de twee andere bijzondere verrichtingen dienen.

Beide bijzondere verrichtingen mogen niet gecombineerd uitgevoerd worden.